De Monsterkamer

Verslag Inloop + speciale gast: Irma Boom

Op 2 november 2017 was Irma Boom te gast tijdens de inloop in De Monsterkamer. Hieronder, tussen de foto’s door, het verslag geschreven door Taco Hidde Bakker. Fotografie: Justina Nekrasaite.

De in binnen- en buitenland gelauwerde boekontwerper Irma Boom (1960) trok een volle Monsterkamer, voor de gelegenheid met meer statafels dan stoelen uitgerust. Ruim een uur hing het bezoek aan de lippen van Boom, een begenadigd verteller die bevlogen een aantal hoogtepunten uit haar inmiddels drie decennia lange carrière de revue liet passeren, enorme betrokkenheid met het vak prijsgevend en met bijzondere boeken uit haar privé-verzameling als toegift, zó klein dat de projector – die het laatste kleinood honderden malen vergroot op het doek toverde – goed van pas kwam.

“Ik neem altijd boeken mee,” begint Boom. “Zo krijg je een idee van formaat, papier, gewicht. Iets wat een pdf niet prijsgeeft.” Omdat dit een bijeenkomst is bij De Monsterkamer heeft Boom boeken meegebracht waarbij de papierkeuze cruciaal is voor het ontwerp van het boek. Als eerste vertelt ze over de postzegeljaarboeken 1987/88 die ze ontwierp toen ze bij de Staatsdrukkerij en -uitgeverij (Sdu) werkte, haar eerste baan van 1985 tot 1990.

Ootje Oxenaar, het toenmalige hoofd van PTT’s Kunst & Vormgeving, en kunsthistoricus Paul Hefting vroegen haar om de postzegeljaarboeken te ontwerpen. Hiervoor kreeg ze slechts drie maanden de tijd, wat krap was want zonder hulp van de computer werden deze boeken nog op de ouderwetse manier gemaakt. In deze korte tijd moesten de boeken worden samengesteld én ontworpen. Daarom ging Boom bij het ontwerp uit van de opmaak van drukvellen in plaats van pagina’s. Het essay dat Hefting schreef over inspiratiebronnen werd door haar voorzien van beeld. Dat een ontwerper dat zelf deed was in die tijd bijzonder. De typografie was onconventioneel, geïnspireerd op het zwarte vierkant van Malevitsj. De teksten werden gezet in vierkanten, zonder afbreekstreepjes, want dat zou het vierkant verstoren. De bijschriften werden vanuit het midden naar de randen lopend geplaatst. De paginacijfers, in Romeinse nummers, zijn geplaatst aan de binnenzijde van de Japanse binding. En de boeken werden gedrukt op het inmiddels verdwenen dunne, transparante papier Reprobank (Bührmann-Ubbens).

Boom ondervond veel weerstand bij de realisatie van haar buitengewone ontwerp. Het budget werd ruimschoots overschreden, maar ze stond erop dat het boek naar haar ideeën en ontwerp gematerialiseerd zou worden. De directie, onder de indruk van haar vasthoudendheid, ging uiteindelijk akkoord. Bij het verschijnen van het boek waren de meningen verdeeld: men was of heel enthousiast of vond het een mislukking (hoewel een briljante mislukking). Boom ontving veel reacties per post, die meestal negatief waren. Desondanks werd het ontwerp meermaals onderscheiden, als ‘Best Verzorgd Boek’, een prijs van de ADCN en eentje van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. De les die Boom meegeeft aan het publiek: “Geef nooit op en sluit geen compromissen.”

“Wat zou je doen met een veel kleiner budget?” wil iemand uit het publiek weten. “Ik heb twintig jaar voor De Appel gewerkt, praktisch zonder budget en daar kon ik ook doen wat ik wilde,” antwoordt Boom. “Het gaat om het boekconcept, niet om het budget.” Eind jaren ‘80 in overheidsdienst voelde Boom zich aangemoedigd om grenzen te overschrijden, er was veel mogelijk in die tijd. Als freelancer leerde ze meer te halen uit minder. “De ontwerper is zelf de grens,” voegt gastheer en collega-ontwerper Philip Stroomberg toe. Boom: “Inderdaad.”

Tijdens de lezing verkondigt Boom ook statements over het boek als gedrukt medium en als drager van kennis en cultuur. Zo komt de door Boom ontworpen catalogus voor ‘De Best Verzorgde Boeken van Nederland en Vlaanderen 2015’ aan bod, waarin ze haar manifesto voor het boek heeft opgenomen: The Survival of the Book or The Renaissance of the Book! (oorspronkelijk gepubliceerd in Irma Boom: The Architecture of the Book, Lecturis/Bijzondere Collecties UvA, 2013). “Een boek is voor mij pas een boek als het gedrukte papier gebonden is,” zegt Boom, “dan komt de vorm samen met de geredigeerde, samengestelde inhoud.” Voor deze catalogus gebruikte Boom haar eigen papier (IBO ONE, 60 g/m2), dat ze ontwikkelde met Stefan Kirschner van Igepa Nederland (internationale groothandel voor de grafische industrie).

Dan een ander hoogtepunt uit Booms omvangrijke oeuvre: Weaving as Metaphor (1e druk, 2006), over het werk van de Amerikaanse textielkunstenaar Sheila Hicks (1934). Fotograaf Josef Koudelka bracht het werk van Boom onder de aandacht van Hicks nadat hij Booms inmiddels antiquarische postzegelboeken kocht in Parijs. Hicks en Boom besloten samen te werken aan een boek over de kleine werken van Hicks. Ze moesten communiceren tussen Amsterdam, Parijs, Londen en New York, wat niet altijd makkelijk was. Zo wilde Boom geen beeld op het omslag, want dat zou te eenzijdig zijn. In plaats daarvan werd een van Hicks’ werken grafisch vertaald en in blindpreeg op het omslag geplaatst. Verder werden de randen van het boekblok op een geheime manier bewerkt. Deze randen vormen een beeldrijm met de randen van de weefsels van Hicks. Het essay Weaving as Metaphor and Model for Political Thought, van kunstcriticus en filosoof Arthur Danto, werd in aflopende fontgrootte over een aantal pagina’s geplaatst. Alhoewel het maakproces niet eenvoudig was, waren mensen enthousiast toen het boek er eenmaal was. De eerste druk was al snel uitverkocht. Dankzij verbeterde druktechnieken wordt het boek beter met elke nieuwe drukgang, aldus Boom. Inmiddels is het boek aan de vijfde druk toe ter gelegenheid van Hicks’ tentoonstelling in het Centre Pompidou in Parijs. Boom beschouwt dit boek als haar “manifesto voor het boek”.

Voor Chanel ontwierp een boek over het parfum Chanel No.5, een parfum dat ze zelf sinds haar veertiende gebruikt. Aan het volledig witte, door Boom samengesteld en ontworpen boek komt geen inkt te pas. De afbeeldingen zijn geplaatst in blindpreeg, dus als PDF kan dit boek niet eens bestaan. Het gebruikte dunne papier wordt sterker door de reliëfdruk, maar het binden van zo’n boek blijft moeilijk omdat er op de gestapelde vellen geen druk mag worden gezet. Alwin van Steijn, voorzitter van de Grafische Cultuurstichting, hielp Boom bij het vinden van de juiste vakmensen om dit technisch uitdagende ontwerp te realiseren. “Een boek moet deel zijn van een industrieel proces,” aldus Boom. “Het moet in oplage verschijnen met als doel om informatie te verspreiden.” Boom vindt het belangrijk om met alle betrokkenen in contact te staan en beschouwt iedereen in de productieketen van een boek als gelijkwaardige partners. Een boek is van iedereen die werkt aan de totstandkoming van het boek, waardoor ook de drukker en de binder uiteindelijk kunnen zeggen “Dit is mijn boek”.

Het voor de lezing gereserveerde halfuur vloog om, maar niemand tekent bezwaar aan als Boom nog een paar extra boeken wil bespreken. Het tempo wat opschroevend, toont Boom ons de catalogi die ze voor de IJslands-Deense kunstenaar Olafur Eliasson heeft ontworpen. Ze laat ook het ontwerp zien, een model dat vrijwel identiek is aan het uiteindelijk uitgevoerde ontwerp. Voor Renault maakte Boom een boek van aluminium, Renault = Present, over de nieuwe ‘concept car’ die werd ontworpen door Laurens van den Acker, de eerste niet-Franse ontwerper in dienst bij Renault. Het dikke boekwerk werd in monochrome kleuren gedrukt. Zelf een autoliefhebber, nam Boom deze opdracht graag aan. Op het hoofdkantoor van Renault werd ze verrast door de aanwezigheid van de vele kunstwerken van de op-art kunstenaar Victor Vasarely (die in 1972 het inmiddels iconische Renault logo ontwierp). Op een exclusieve Parijse autoshow werd het bijzondere boek uitgedeeld, maar lang niet alle gasten namen het boek mee naar huis.

Nog eenmaal brengt Boom het publiek terug naar haar begintijd als boekontwerper, toen ze rond 1991 begon aan wat een van de meest ambitieuze bedrijfsjubileumboeken ooit zou worden. In opdracht van Paul Fentener van Vlissingen werkte Boom samen met kunsthistoricus Johan Pijnappel vijf jaar aan het 2136 pagina’s tellende, ongepagineerde boek ter ere van het eeuwfeest van de Steenkolen Handels Vereeniging. Het boek moest een ontdekkingsreis worden, voor mensen om geïnspireerd te raken en vooruit te kijken. Het internet raakte juist breder toegankelijk, waardoor Boom en Pijnappel twijfelden of ze wel een boek wilden maken. Ze dachten eraan om een CD-Rom te maken, maar omdat digitale technieken in die tijd zo snel veranderden besloten ze toch een papieren boek te maken, geïnspireerd door het Internet, dat kort daarop onze encyclopedische relatie met de wereld drastisch zou veranderen. Door het SHV-boek kan als het ware ‘gesurfd’ worden. Verder zijn er in het boek zeventig ‘case studies’ opgenomen aan de hand van vragen als ‘What can we say with our eyes?’ De vraag stellen is belangrijker dan het geven van het antwoord. Voor Boom en Pijnappel stond voorop dat het project voor hen net zo interessant moest zijn als voor het bedrijf. Fentener van Vlissingen gaf hen niet alleen vijf jaar de tijd maar ook alle vrijheid en vertrouwen, precies zoals het Boom past. En zo rond ze deze beknopte revue van enkele hoogtepunten uit haar royale oeuvre af met de volgende wijsheid: “Je kunt alleen creëren als je geest vrij is.”

Maar Boom zou Boom niet zijn als ze niet nog een verrassing in petto had om haar betoog mee af te sluiten. Ze laat haar miniatuur catalogus zien ter gelegenheid van de tentoonstelling Biography in Books (Universiteitsbibliotheek van de UvA, 2010), waarin een overzicht wordt getoond van Booms boeken in anti-chronologische volgorde (van 2010 tot 1986). De boekjes die Boom vervolgens toonde, afkomstig uit haar privé-collectie, worden almaar kleiner en kleiner. Van de miniatuuruitgave van Jan Wolkers’ roman Horrible Tango, ontworpen door Jan Vermeulen, tot het kleinste boekje (het verkleinwoord ‘boekje’ volstaat hier nauwelijks meer) dat ik ooit heb gezien: een in 1953 door letterzetterij Tetterode in lood gezet en in leer gebonden boekje van hooguit 3 mm hoog. Het ‘boekje’ is met een vergrootglas nog leesbaar ook en voor Boom is het een demonstratie van het zich door de eeuwen heen bewezen, uitmuntende vakmanschap van Nederlandse drukkers en binders.

Het activiteitenprogramma van De Monsterkamer in 2017 werd ondersteund door Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

s